Vul eerst uw huisartsenpraktijk in

Zelf bloedsuiker meten en doorgeven

U heeft diabetes en wilt zelf thuis uw bloedsuiker meten. Bijvoorbeeld omdat u insuline gebruikt of klachten heeft van een te lage bloedsuiker (hypo) of te hoge bloedsuiker (hyper). Het regelmatig meten van de bloedsuiker kan veel inzicht geven in het verloop van de ziekte. Bovendien helpt het bij het vaststellen van de juiste doseringen uw medicatie.

Beweeg voldoende
en wissel beweging en
rust af tijdens de dag

Eet gezond en gevarieerd

Vermijd ongezonde leefstijlgewoonten, zoals roken

Hoe meet ik zelf mijn bloedsuiker?

Voor het meten van uw bloedsuiker heeft u drie hulpmiddelen nodig: een prikpen, een teststrip en een bloedsuikermeter. Was eerst uw handen met zeep en warm water. Als er nog suiker aan de vinger zit – bijvoorbeeld door het eten van fruit – kan dit de bloedsuikermeting beïnvloeden. Wassen met warm water is belangrijk omdat bij warme handen het bloed makkelijker uit de vingertop komt. Droog daarna goed uw handen af. De meting gaat als volgt:

Plaats de teststrip in de bloedsuikermeter

Plaats de teststrip in de bloedsuikermeter.

Prik in de zijkant van de vingertop van uw middelvinger of ringvinger

Prik in de zijkant van de vingertop van uw middelvinger of ringvinger.

Strijk met uw duim en wijsvinger van de andere hand langs de vinger zodat het bloed naar buiten stroomt

Strijk met uw duim en wijsvinger van de andere hand langs de vinger zodat het bloed naar buiten stroomt. Doe dit van beneden naar boven.

Houd het bloed tegen de teststrip

Houd het bloed tegen de teststrip. Na ongeveer vijf seconden verschijnt de uitslag op het beeldscherm van uw bloedsuikermeter.

Hoe vaak is een bloedsuikermeting nodig?

Hoe vaak u de meting dient uit te voeren, verschilt per situatie. U zult van uw huisarts of de praktijkondersteuner advies krijgen. In sommige gevallen zijn dagcurve-metingen nodig. Zo krijgt u goed inzicht in het verloop van uw bloedglucose.

Dagcurves

Voor een dagcurve meet u op één dag meerdere keren uw bloedsuiker. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen het aantal metingen per dag. Zo kunnen twee metingen per dag voldoende zijn, terwijl in een ander geval zeven metingen nodig zijn. De volgende momenten zijn gebruikelijk:

  • Voor het ontbijt (nuchter)
  • 1,5 uur na het ontbijt
  • Voor het middageten
  • 1,5 uur na het middageten
  • Voor het avondeten
  • 1,5 uur na het avondeten
  • Voor het slapengaan

Weetje

Gebruik geen ontsmettingsmiddel voordat u aan de bloedsuikermeting begint. Dit kan de meting onbetrouwbaar maken, omdat het met het bloed mengt.